De gelukzoeker

Dit verhaal is fictief, maar gebaseerd op de actualiteit. Het geeft een indicatie van de situatie waarin de zogenaamde ‘gelukzoekers’ verkeren en de daarmee samenhangende keuzes die ze moeten maken.

Dertig jaar geleden werd Ismaël geboren in Al-Qa’im in Irak, vlakbij de grens van Syrië. Hij beleefde een onbezorgde jeugd. Terwijl zijn vaderland een verwoede oorlog met Iran voerde en enkele jaren later Koeweit binnen viel, speelde Ismaël op straat. Knikkeren met stenen en pootje baden in de Eufraat. Dat zijn ouders iedere keer moesten slikken als er nieuws kwam over familie in andere gebieden, zag hij niet. Liever ziet een kind dat niet.

Vlak voordat Ismaël 18 werd, vielen de Westerlingen Irak binnen. Dit was voor Ismaël’s ouders de druppel. De grensovergang naar Syrië was slechts 22 kilometer van hen verwijderd. Ze gunden hun zoon een veilige toekomst. Het gezin vertrok om middernacht. Ze kozen ervoor te voet te gaan. Als ze flink doorstapten, duurde de reis een kleine vijf uur. Viereneenhalf uur later was het grensgebied in zicht. Vermoeid, maar vol goede hoop, trotseerden ze de grens. Voorlopig waren ze veilig.

Het gezin vestigde zich in Al Bukamal, een middelgrote stad aan de Eufraat. Ismaël besefte wat zijn ouders op het spel hadden gezet door te vluchten. Hij wilde voor ze zorgen en besloot te gaan studeren. Zijn ouders waren trots. De meeste universiteiten lagen in de buurt van de Westkust, zeker 400 kilometer verderop. Ismaël verliet Al Bukamal met de belofte als tandarts terug te keren. In Damascus ontmoette hij Zenna, een prachtige vrouw die Engels studeerde. De vonk sloeg over en nog geen jaar later trouwden ze. Ismaël stuurde zijn ouders een trouwfoto en beloofde gauw langs te komen om Zenna aan hen voor te stellen. Zowel Ismaël als Zenna studeerden succesvol af. Het jonge paar vertrok naar Al Bukamal en ging bij de ouders van Ismaël inwonen. Algauw werd hun eerste kind geboren: een zoon genaamd Manal. Zenna stopte met werken om voor haar schoonouders en de kleine te zorgen, terwijl Ismaël de kost verdiende als tandarts. Precies zoals hij voorspelt had.

Drie jaar later kreeg Manal een zusje: Farah. Manal was door het dolle en waakte elke dag tijdens haar middagslaapje bij de wieg. Er zou zijn zusje niets overkomen. In datzelfde jaar begon er onrust te woeden in heel Syrië. Nadat de Tunesische president Ben Ali verjaagd was, werd er hevig geprotesteerd in de regio. Zo ook in Syrië. De Syrische regering, met aan het hoofd Bashar Al-Assad, onderdrukte de protesten meestal niet op vreedzame wijze. Een andere dreiging kwam van de Islamitische Staat. Zij namen bezit van het gebied waar de familie woonde. Oude gevoelens van onveiligheid spookten in het huis van Ismaël. Hij gunde zijn kinderen om op te groeien in dezelfde vredige omgeving als zijn ouders hem hadden geboden. Er zat niets anders op dan weer te vluchten. Dit keer zonder zijn ouders. Ze waren te oud om een reis naar het Westen te maken. Een reis die zeker maanden zou duren. Bedroefd nam het gezin afscheid van jadd en jadda. Ismaël beloofde financieel voor ze te zorgen zodra ze Europa bereikt hadden. Hij zou daar weer als tandarts aan de slag gaan. “Zorg goed voor je gezin,” antwoordden de grootouders. “Wij zijn oud en redden ons wel.”

Het gezin reisde met verschillende voertuigen naar het noorden van Syrië. Reizen per trein was te gevaarlijk. Men zou erachter komen wat ze van plan waren. Geen gebied was veilig en niemand was te vertrouwen tot ze in Turkije zouden zijn. De kinderen werden op het hart gedrukt om niet te spreken. Ieder woord kon teveel zijn. Midden in de nacht passeerden ze de grens met gevaar voor eigen leven. In Turkije namen ze de trein naar Aliaga en gingen op zoek naar een mogelijkheid om de zee over te steken. Ze waren echter niet de enigen.

Toen Ismaël de volgeladen bootjes zag wankelen, sloeg de twijfel toe. Hij wilde een veilige toekomst voor zijn gezin. Was dit dan wel de juiste oplossing? Hij richtte zich tot Zenna: “anders ga ik eerst en wachten jullie hier. Ik zal een teken geven als ik een thuis gevonden heb.” “Nee,” zei Zenna beslist. “We blijven bij elkaar. Ik sterf liever dan dat ik je kwijtraak.” “We zijn al zo ver, Zenna. Denk aan de kinderen. Als ik sterf, kan jij ze een toekomst bieden.” Hij keek in haar ogen en wist dat hij haar niet kon overhalen. Het gezin sliep nachten achtereen in de haven van Aliaga. Ze wachtten net zolang totdat er plaats was voor een gezin. Op een donderdag in augustus was het eindelijk zover. Een afgeladen boot vaarde de Egeïsche zee op. Voorzichtig zwaaide Manal naar de kust. Hij hield zijn zusje stevig vast en wist niet wat hem nog te wachten stond.

Advertenties