Interview Joodse Huizen 3

17952944_494850844239187_1409742516103514032_nIMG_6538Vandaag was de boekpresentatie van Joodse Huizen 3.  Het boek is vanaf vandaag verkrijgbaar in de boekenwinkel.

Gisteren stond er in De Stentor een artikel over het verhaal Asselschestraat 94, Apeldoorn, dat ik geschreven heb.

 

Het verhaal van Jesaias Herz, een doorsnee Apeldoorner
Met deel drie uit de serie Joodse Huizen haalt Annemiek Lely de Apeldoorner Jesaias Herz uit de anonimiteit van de geschiedenis.

Door: Jeroen Pol.
De Stentor, 19 april 2017.

Jesaias Herz. Een hardwerkende ondernemer. Geboren en getogen Apeldoorner. Een doodgewone man, wiens leven op de kop kwam te staan toen het Duitse leger van Adolf Hitler Nederland binnenviel. Zijn Joodse afkomst bepaalde zijn richting. Jesaias Herz . Geboren op 17 juli 1886 en op 2 november 1942 in Auschwitz omgebracht.

Het verhaal van Jesaias Herz staat voor dat van andere Joden in Apeldoorn. Annemiek Lely belicht Herz’ leven in het derde deel van de boekenserie Joodse Huizen. Het boek komt morgen uit. “Apeldoorn had voor de oorlog een behoorlijke Joodse gemeenschap. Dat verleden raakt onderbelicht.”

Het leven van alle dag. Apeldoorn in de jaren dertig. Dat verhaal wil Lely belichten. Zelf groeide de 26-jarige Lely daar jaren later op. Ze zat op de Bongerd en KSG. Vandaag de dag woont ze in Amsterdam. “Mijn oma zat in het verzet. Misschien dat daar mijn fascinatie voor de oorlog vandaan komt. En in mijn Apeldoornse tijd fietste ik vaak langs de synagoge. Ik wilde meer weten over het Jodendom en heb stage gelopen bij Open Joodse Huizen.”

Marketing
Voor deel twee van Joodse Huizen schreef ze al een verhaal over de zusjes Johanna en Mirjam Hoogstraal. Die woonden aan de Marialaan (Canadalaan) 28. Toen ze werd gevraagd om nog een verhaal te schrijven koos ze voor, zoals het destijds heette de Asselschestraat 94. Daar had Jesaias Herz zijn winkel. Een manufacturenzaak. Met, zo blijkt uit de vele advertenties die Herz in de Apeldoornsche Courant plaatst, onder meer sokjes, petjes en sjaals. ‘Het huis met de gele gevel’, zo zette Herz zijn winkel neer. “Hij wist veel van marketing”, zo constateert Lely. “Hij heeft zichzelf opgeleid. Leerde het vak door als winkelknecht het land door te trekken. Ook stak hij veel op van zijn schoonvader die ook in de zaken zat. Op enig moment zag hij kansen voor zichzelf en begon aan de Zwolseweg zijn eerste winkel.” Daar, zo vermoedt Lely, ontdekte Herz dat hij aan de verkeerde kant van Apeldoorn zat. “In de Parkenbuurt woonden de rijkere mensen. Hij zat te ver bij hen vandaan. In 1933 verhuisde hij de zaak. In de Asselschestraat zat Herz veel centraler. Het was een ingewikkelde periode. De jaren van recessie. Zo in het centrum kon hij beter zaken doen.” In 1938 verkocht Herz de winkel en ging hij vanuit de Griftstraat verder met de verkopen. In het pand aan de Asselschestraat kwam een boekwinkel. Vandaag de dag is er niets meer van terug te vinden en staat Middelink Koken & Tafelen op deze plek.

Voor Lely stopt het verhaal niet bij de verhuizing van de Griftstraat 9. Ze ontdekte dat Jesaias Herz en zijn Henriëtta Herz-Leefsma nadat de winkel in 1941 op gezag van de Duitsers dicht moest, een pension begonnen aan de Graaf van Lijndenlaan 16. Vanaf 1 juli 1942 stond Herz op de personeelslijst van het Apeldoornsche Bosch, zo blijkt uit het gemeentearchief. Waarschijnlijk heeft hij gedacht daarmee erger te kunnen voorkomen.

Herz werd echter gearresteerd en opgesloten in een van de nazi-werkkampen. Op 2 oktober 1942 werden alle mannen uit de werkkampen naar Westerbork gebracht. In de nacht van 2 op 3 oktober werden hun gezinsleden uit huis gehaald en eveneens naar Westerbork overgebracht. Ook Henriëtta is die nacht uit haar huis gehaald. Nog geen maand later werden ze naar Auschwitz weggevoerd. Daar werd het stel op 2 november 1942, vlak na aankomst, vergast.

Lely onderzocht of er nog familie van Herz in leven is. “Als schrijver kun je mensen een gezicht geven die hun verhaal zelf niet meer kunnen vertellen. Als er nog nichten en neven waren had ik waarschijnlijk een andere keuze gemaakt. Want wie bij jij om anderen een gezicht te geven? Aan wie is het als er wel nabestaanden zijn?”

Geen minjan
Een speurtocht langs verschillende archieven zorgde ervoor dat Jesaias Herz voor Annemiek tot leven kwam. “Ik denk dat hij heel trots was op de ondernemerscultuur, midden jaren dertig in Apeldoorn. Hij had een hart voor zijn zaak en een band met zijn zaak. Ik denk dat hij in het nu een traantje zou laten over het feit dat de Joodse gemeenschap geen minjan meer in Apeldoorn kan vormen.”

Een minjan is een groep van ten minste tien Joodse mannen die nodig zijn voor een een volledige Joodse gebedsdienst. “De synagoge wordt niet meer gebruikt waarvoor hij is gebouwd. De meeste Apeldoorners hebben geen idee dat de Joodse gemeenschap best groot was. Er zijn te weinig persoonlijke verhalen bekend. Het is dankbaar om die verhalen uit de vergetelheid te mogen halen.”

Joodse Huizen deel 3

Het derde deel van Joodse Huizen is in de boekhandel te koop. Aan de hand van verhalen wordt de herinnering aan de vermoorde Nederlandse Joden en hun gezinnen leven gehouden. Een monument in boekvorm. Apeldoorner Johan Gortworst werkte mee aan het boek. Hij schreef op verzoek van de redactie een portret van Louis Polak en zijn vrouw. Die woonde tot aan zijn deportatie in de Watergraafsmeer in Amsterdam. De boekpresentatie van Joodse Huizen 3 is morgen bij de Liberaal Joodse Gemeente in Amsterdam. Zie: www.joodsehuizen.nl 

Advertenties