Brief aan alle Nederlanders

Amsterdam, 15 oktober 2015

Beste Nederlanders,

Ik schrijf jullie een brief omdat ik mij zorgen maak. Zorgen over wat er op dit moment in ons land (en in de rest van de wereld) gaande is. Ik ben niet de enige. Velen zijn ongerust over de vluchtelingenstroom van het Midden-Oosten naar Europa. Waar ik mij echter de grootste zorgen over maak, is de houding van verscheidende Nederlanders. Daarom wil ik mijn gedachten over de situatie met jullie delen.

Er zijn verschillende manieren om met de huidige omstandigheden om te gaan. PVV-leider Geert Wilders zegt dat we de grenzen moeten sluiten en alle vluchtelingen terug naar het land van herkomst moeten sturen. Hij benadrukt incidenten, waardoor een grote groep mensen met goede bedoelingen afgeschilderd wordt als ‘gelukzoekers.’ Mensen die op zoek zijn naar een beter, rijker, zaliger bestaan. Meneer Wilders vergeet echter dat de vluchtelingen die de afgelopen maanden naar Nederland gekomen zijn in het thuisland hun leven niet zeker waren. Ze hadden de keuze tussen doodsangsten uitstaan die wellicht werkelijkheid zouden worden of een poging te wagen om naar Europa te reizen. Een lange, en bovendien niet ongevaarlijke, tocht.

Ik voel mij verantwoordelijk voor de wereld. Voor dieren, voor de rest van de natuur en voor andere mensen. Afgelopen weken bezocht ik verschillende malen opvangcentra in Amsterdam en Apeldoorn. In Apeldoorn verbleven vluchtelingen in de Americahal (een evenementenlocatie), totdat ze ruimte moesten maken voor een taartenbeurs. Nog geen 500 meter verderop, wonen deze mensen nu in legertenten en zien ze hoe hun medemens de zondagmiddag op de vlooienmarkt doorbrengt. Uiteraard begrijp ik dat een dergelijk evenement al maanden op de planning staat en er een hoop kosten aan verbonden zijn om het te verzetten of af te lassen. Waar het mij om gaat is dat ik, wanneer ik door Apeldoorn rijd, omgeven wordt door borden met ‘te huur’ of ‘te koop’ erop. Het is puur bureaucratie dat deze leegstaande panden niet als voorlopige thuisbasis voor de asielzoekers mogen gelden. Bureaucratie tegenover humaniteit, in mijn optiek.

Op die zondagmiddag liep ik met een vriendin langs de Americahal. We hadden net het opvangcentrum bezocht en besloten de vlooienmarkt bezoekers te vragen hoe zij tegen de situatie aankeken. Verschillende meningen passeerden de revue. Van “het is mooi weer, dus waarom houden we de vlooienmarkt niet buiten?” tot “die tenten zijn warm genoeg. Ze moeten niet zeuren.” Zonder tegen te spreken, hoorden we de verhalen aan. Wat mij vooral opviel is de angst die de vlooienmarktgangers in beslag neemt. De uitspraak “ik laat mijn dochter niet meer alleen naar het Omnisport centrum fietsen,” heb ik meerdere  malen gehoord. Waar die angst vandaan komt, is de onbekende achtergrond van de vluchtelingen: xenofobie. Men vergeet dat het hier om mensen gaat. Mensen, net als jij en ik.

Een maand geleden schreef ik een fictief verhaal (De Gelukzoeker) over de beweegredenen van vluchtelingen om hierheen te komen. Het doel hiervan was om de beangstigende situatie in het Midden-Oosten uiteen te zetten in de hoop dat lezers begrip opbrengen voor de asielzoekers. Dit verhaal concentreerde zich op de reis naar Europa. Graag wil ik in deze brief ingaan op de omstandigheden waarin de vluchtelingen in Nederland verkeren. Negatieve berichten als “ze zijn selectief, kritisch en ongeduldig” lees je veelvuldig op social media. Natuurlijk zie ik ook dat niet alles zo rooskleurig is als hoe ik het nu schets, maar ik wil jullie vragen om alles eens vanuit het perspectief van een vluchteling te zien. Ik wil jullie aandacht vragen voor de belevingswereld van de mensen in kwestie. Stel je voor…

Na een lange, heftige reis per boot, te voet of in een vrachtwagen, kom je aan in Nederland. Je krijgt een plaats toegewezen in een willekeurige locatie waar al 500 anderen leven. De opvangcentra zijn klein en het sanitair is buiten waar het koud is. Je beseft maar al te goed dat de hulpverleners doen wat ze kunnen, maar de huidige situatie en onzekere toekomst baren je zorgen. Hoe lang blijf je hier? Krijg je asiel? Waar moet je anders heen? Daar zit je dan. Je zoontje speelt met speelgoed in een speciaal ingericht lokaal voor kinderen. Je wenst hem het beste, wilt dat hij naar school gaat, maar je kunt niets doen om dat te realiseren. Om je heen zie je elke dag nieuwe mensen arriveren en je verliest langzaam hoop. In Nederland ben je nummer weetikhoeveel. Je zou graag willen werken, iets terug doen voor de mensen die je helpen, maar zit op een stoel en weet niet hoe lang dat nog gaat duren.

Vandaag sprak ik met verschillende mensen in een opvangcentrum in Amsterdam. Een man vreest voor de veiligheid van zijn kinderen. De woorden “don’t worry. You’re safe here. Holland is a safe country. There is no danger” deden meer dan wij ons ooit kunnen voorstellen. Hij wil graag werken als tolk. Zijn Engels is beter dan het mijne. Waarom niet? Vier mannen lieten me weten dat ze zeer dankbaar zijn om in Amsterdam te mogen zijn. Hier mogen ze uitkomen voor hun homoseksualiteit, voor wie ze zijn. Evenals de gescheiden vrouw die in de ogen van ISIS gestraft moet worden voor haar zonde. Dit zijn de mensen die asiel aanvragen in Nederland, uitzonderingen daargelaten.

Noem mij een idealist en een lange termijn oplossing heb ik ook niet. Wel geloof ik dat angst zaaien alles behalve constructief is. Integendeel, juist daar ontstaat haat. Ooit waren we trots op onze tolerante samenleving. Hugenoten en Joden. Ze waren welkom. Evenals vele andere politieke vluchtelingen. Laten we in plaats van bang te zijn en deuren te sluiten, allemaal een kleine bijdrage leveren om deze mensen een gevoel van thuis te geven. Dit kan al iets kleins als het geven van een pen en notitieblok zijn. Daarom sluit ik met het cliché: we benne op de wereld om elkaar te helpen niet waar?

Groetjes,
Annemiek

Advertenties